Laudatio door prof. dr. Ad van Knippenberg (promotor)
Beste Raymond,
Van harte gefeliciteerd met je doctoraat. Ik ben blij dat ik je als eerste mag aanspreken met zeergeleerde doctor Smeets. Ik moet zeggen, het klinkt nog wat vreemd, doctor Smeets, maar dat went vast nog wel.
Een laudatio is bedoeld om terug te blikken en om de jonge doctor in het zonnetje te zetten. Het heeft een tijdje geduurd voordat het proefschrift af was. Er zullen vast mensen zijn die hebben getwijfeld of het ooit zover zou komen, maar je hebt het nu toch echt voor elkaar. Acht jaar na de start van je project, heb je dan toch eindelijk je doctoraat binnengehaald.
Nu ik er zo op terugkijk, jouw PhD-project is nogal wonderlijk verlopen. Ik meen me te herinneren dat Roos Vonk en ik jou – heel lang geleden – op een gezamenlijk project hebben aangesteld. Maar na een tijdje bleek dat twee kapiteins op een schip niet zo handig was. Je hebt vervolgens onder leiding van Roos twee jaar lang heel veel experimenten gedaan over de relatie tussen zelfwaardering en stereotypering in de Fein en Spencer traditie, maar dat paradigma bleek zeer weerbarstig, en leverde uiteindelijk toch te weinig resultaten op om tot een dissertatie te leiden. Toen heb je de koers verlegd. Onder begeleiding van Rob Holland ben je onderzoek gaan doen naar de rol van zelfwaardering in “implicit egotism”, zeg maar in het verschijnsel dat mensen gemiddeld meer waarde toekennen aan objecten en symbolen die met henzelf geassocieerd zijn dan aan dingen die niet met hen geassocieerd zijn. Dat onderzoekproject liep als een trein. Binnen zeer korte tijd -- ik denk binnen een jaar -- heb je toen de data verzameld en geanalyseerd voor alle studies die nu in jouw proefschrift staan, en ook nog van een aantal studies die er niet in staan.
Wat betreft het afnemen van experimenten ben jij onovertroffen. Jij was de koning van de proefpersonenwerving. In die tijd -- ik spreek nu over het begin van deze eeuw -- werd 50 proefpersonen per week al een mooi aantal gevonden. Maar jij stroopte de kantines af en kwam minstens tot het dubbele aantal, soms het driedubbele, van wat toen gebruikelijk was. Die voortvarendheid heeft je geen windeieren gelegd. Dankzij die geweldige inspanning in 2003 en 2004, en natuurlijk ook dankzij de onvermoeibare steun en inspiratie van jouw begeleider Rob Holland, heb je op die manier toch nog net op tijd alle data voor jouw proefschrift kunnen verzamelen.
Maar goed, met data alleen heb je nog geen proefschrift. Dat moet ook allemaal nog eens netjes opgeschreven worden. En toen ging de vaart er een beetje uit, om het maar eens eufemistisch uit te drukken. Wat natuurlijk niet hielp was dat je inmiddels een drukke baan had. En dat je in de weekenden survivaltochten in de Ardennen begeleidt. En dat het carnavalsgebeuren in Hoensbroek zonder jouw inbreng moeilijk voor te stellen is. Immers, wat zouden de “Breuker Neutjes” nou zonder jou moeten? En dat je sowieso een enorm druk sociaal leven hebt. Probeer dan nog maar eens een proefschrift af te maken. Dat is bijna niet te doen. Tegen die achtergrond is het eigenlijk verbazingwekkend dat het nu toch echt af is.
Het schrijven ging wel gestaag door. Bij stukken en brokken kwamen over de jaren de hoofdstukken in conceptvorm op papier. Een jaar geleden lag er al aardig wat, maar de afronding ontbrak. Één week geconcentreerd doorschrijven zou genoeg moeten zijn om het helemaal af te maken. En daarom zijn we vorig jaar november maar het klooster ingegaan. De strenge discipline in de winterse kou in het klooster Graefenthal in Duitsland deed wonderen. Daar heb je je proefschrift vrijwel afgerond. Na de kerst kon het naar de leescommissie. Met als resultaat dat je het vandaag met succes kon verdedigen. Ik ben blij dat het je gelukt is om de boel netjes af te maken. Jouw hardnekkige doorzetten is niet voor niets geweest.
Jouw proefschrift heeft een enorme aandacht in de media gekregen. Je kon de afgelopen week de radio niet aanzetten of jouw melodieuze stemgeluid kwam je tegemoet. Je kon de krant niet openslaan of de naamlettereffecten sprongen van de pagina. Je hebt je in de media met verve geweerd. Je hebt steeds goed weten uit te leggen waar het om draait, hetgeen in de hektiek van de interviewsituatie niet altijd gemakkelijk is. Je hebt dat heel goed gedaan.
Nu zijn naamlettereffecten bij jou sowieso in goede handen. De grote overlap van jouw naam met die van je geliefde, was ons natuurlijk al bekend, maar de overlap met jouw werkgever Prismant mag er ook zijn. Daar zou collega Anseel heel blij mee zijn. Maar er is nog meer, in de naam Ardennen zit geen letter die jij niet hebt, en ook Sprimont has Raymond Smeets written all over. Als jij zelf je eigen proefpersoon zou zijn, zou je in je eentje al voor significante effecten zorgen.
Raymond, in de jaren dat je op de vakgroep hier in Nijmegen hebt doorgebracht, hebben we je leren kennen als een fantastische collega. Je sociale instelling, je zuidelijke gemoedelijkheid, je gevoel voor gezelligheid, je aandacht voor je collega’s, en voor de verjaardagskalender, allemaal dingen die tekenend zijn voor jou, kortom, je bent goud waard voor de sfeer in de groep. Niet dat de boel na jouw vertrek in elkaar is gestort, maar je hebt in die jaren zeker veel bijgedragen aan gezellige sfeer in de Nijmeegse vakgroep sociale psychologie.
Ik heb met belangstelling jouw dankwoord gelezen. Dankwoorden verraden soms veel over het sociale netwerk van de promovendus. Dat netwerk van jou dat mag er zijn. Ik heb er ook nog even een paar andere proefschriften op nageslagen. Gemiddeld bedanken promovendi zo’n 10 tot 20 mensen. Een enkele uitslover komt op dertig. Ik heb het aantal mensen geteld dat jij in je dankwoord noemt. 136! Dat is een record. Je kan zo in het Guiness Book of Records. De mens is een buitengewoon sociaal wezen, dat is bekend. Maar sommige mensen overdrijven.
Raymond, ik ga nu afronden. Het onderzoeksproject dat jij met Rob en mij begonnen bent, is nog niet afgelopen. Vooral met betrekking tot het gebruik van naamletters in tekstproductie is er nog het nodige vervolgonderzoek aan de gang. Ik hoop dat jij daar nog bij betrokken blijft, misschien wat zijdelings vanwege jouw vele andere bezigheden, maar je zult dit onderzoeksthema vast niet los willen laten. Wij zien er naar uit om ook in de komende tijd samen met jou nog veel naamletteronderzoek te doen.
Ik wens jou met je nieuw-verworven doctorstitel een mooie carrière als onderzoeker of waar je je in je verdere loopbaan nog mee bezig wil houden. Nogmaals gelukgewenst met je doctoraat.
Ik wil bij deze gelegenheid graag ook je familie, vrienden en collega’s van harte gelukwensen. Ik ga ze niet allemaal een voor een opnoemen, want zoveel spreektijd heb ik nu ook weer niet. Ik wil u allen van harte gelukwensen met de jonge doctor.